|
|
INFORMATIE
OLIJFBOOM
|
De
olijfboom, een duizendjarige boom
|
|
Plantkunde
De olijfboom vormt een deel van de familie
van "oléacees". De soort
wordt "olea" genoemd en bestaat
uit 30 verschillende soorten waarvan het belangrijkst
"oleaeuropea" is. Deze soort bestaat
uit twee ondersoorten:
- "silvestris van oleaeuropea" is
eerder een struik eerder dan een boom en de
vruchten van deze soort hebben een laag oliegehalte;
- "sativa oleaeuropea", is de gecultiveerde
olijfboom die wij allen kennen en
waarvan wij de vruchten (olijven) en/of de
olie gebruiken.
De Boom
Het is een altijd groene boom, met verschillende
afmetingen en vormen naarmate de boom ouder
wordt. De bladeren zijn blijvend en hebben
een levensduur van ongeveer drie jaar. Hun
top is mooi glanzend donkergroen, de onderkant
zilverachtig. De gladde boomstam is groen/grijs
wanneer de boom jong is, en
naarmate het groeiproces wordt de kleur langzaam
donkerder.
Naarmate de boom ouder wordt, wordt hij ruwer,
gekweld en gaat hij barsten. Zijn omtrek,
die gemiddeld 50 tot 90 cm is, kan tot meer
dan een meter uitgroeien in het geval van
zeer oude bomen. Zijn krachtige wortelvorm
onder de boomstam bevat een zeer belangrijke
voorraad, tot 50 of 70 cm diepte, waar de
reserves van de boom geaccumuleerd worden.
De levensduur van de olijfboom is legendarisch.
Over het algemeen, zijn de voorwaarden van
productie van een olijfboom als volgt:
- van 1 tot 4 jaar oud: periode van onproductieve
installatie;
- van 4 tot 35 jaar: het is de periode van
de groei zelf en men neemt nota van een progressieve
stijging van de productie;
- van 35 tot 150 jaar: periode van rijpheid
en volledige productie;
- na 150 jaar: door de leeftijd van de boom,
is zijn output inconstant geworden en verminderend.
|
De
olijfboom, een duizendjarige boom
De oorsprong van de olijfboom ligt waarschijnlijk
in Azië en zijn ontstaan vindt men terug
zich in de onheugelijke tijden: onze verre
voorvaders van de Prehistorie hebben de olijfboom
gekend (zijn aanwezigheid wordt in Afrika
bewezen door superieure Paleolithicum). Deze
boom behoudt een grote plaats in de oudste
teksten. Aanwezig in de Griekse Mythologie,
is het de goddelijke boom, door Athéna
geliefd, die voorzag in vrede en wijsheid.
In het Oude testament, houdt de duif van Noah
in zijn snavel een olijftak, symbool
van vrede. Het is eveneens de heilige boom,
aanwezig in de tuin van Gethsémani,
bij de kruisiging van Christus. 6000 jaar
voor Christus, droegen de gronden rond Jéricho
wilde olijfbomen: van hun kleine vruchten,
trok men een zeer fijne olie. Later bij de
XIXe Egyptische dynastie (1500 jaar voor Christus)
groeiden de
olijfbomen reeds in de Libische oasen en op
de eilanden de Egeïsche Zee (Kreta, Cycladen,
Sporades), en beetje bij beetje overwonnen
zij Griekenland. Frankrijk, en meer precies
de Provence, maakt kennis met de olijfboom,
die door de phénistische handelaars,
slechts tegen 815 voor Christus wordt ingevoerd.
Maar het zijn vooral de Grieken geweest, die
vijfentwintig eeuwen geleden deze boom in
het Zuiden van Frankrijk, Italië, Sardinië
en in Sicilië en ook in Corsica introduceerden.
In het noorden van Afrika, bestond de teelt
van de olijfboom reeds voor de komst van de
Romeinen, maar deze droegen aanzienlijk bij
tot zijn ontwikkeling. De Romeinen breidden
de cultuur ervan uit en verspreiden deze cultuur
tot in alle uithoeken van hun imperium. In
de XVIe eeuw, exporteerden de Spaanse en Portugese
veroveraars de olijfboom in groot Amerika.
De olijfboom won beetje bij beetje Peru, Chili,
Argentinië, Mexico en de Antillen, en
vervolgens Californië. Sedertdien heeft
de olijfboom zich over de hele wereld verspreid
, daar waar de weersomstandigheden het toelaten.
Zijn cultuur heeft zich, na landen van centraal
Amerika en het Zuiden van Amerika uitgestrekt
tot Zuid-Afrika, Australië, Japan en
zelfs in China…terug naar de oorsprong.
In Frankrijk groeit de olijfboom goed in de
gebieden van het Zuidoosten, in Provence,
op de Côte d'Azur, in Corsica, maar
ook in de Languedoc en het Rhônedal.
|
| De
oogst |
De
bloemen
|
|
Het
is in de winter dat de olijf zijn volle rijpheid
bereikt. Over het algemeen, echter per land
verschillend, hangt de oogst af van de variëteit
en/of de productie van de
olijf. Grof gezegd kan men stellen, dat de
oogst tussen september en februari plaatsvindt.
De groene tafelolijf wordt in september geplukt,
terwijl de zwarte tafelolijven en de zwarte
olijven voor de verschillende oliën,
zich tijdens volle rijpheid vanaf december
laten oogsten.Methoden van oogst zijn dezelfde
gebleven sinds de Oudheid. Het meest klassieke
is het 1 voor 1 plukken van de olijven. Plukkers
maken van een mand gebruik waar zij de vruchten
in gooien. Zij maken gebruik van dubbele ladders
om de hoge takken te bereiken. Voor de zeer
hoge takken, oefent men de ‘gaulage’
(mechanisch schudden) uit. In dit geval legt
men bij de voet van de boom zeilen of netten
uit.
Goede plukkers kunnen tussen 60 kilo en 240
kilo olijven per dag plukken. Aangezien het
handplukken een steeds arbeidsintensievere,
dus duurdere verrichting is, zijn er gemechaniseerde
processen ontwikkeld(vibratie machines en
electrische maïsplukkers). Maar deze
methoden kunnen op dit moment slechts bij
het oogsten van de zwarte olijf worden toegepast.
Immers zijn de groene olijven erg breekbaar
en vereisen een zeer delicate pluk.
De olijfboom bereikt vaak een goed rendement
slechts vanaf zijn twintigste jaar.
Het rendement van de boom, de omgevingsvariabelen
zijn van grote invloed zoals de weeromstandigheden,
kan de 300 kg bereiken per jaar… Maar
in het algemeen, produceert een olijfboom
een gemiddelde van 50 kg olijven elk jaar.
Of het nu om tafelolijven of olieolijven gaat,
aanbevolen wordt om de olijven naar
de persmolen in kleine kunststof bakken van
25 kg tot 30 kg te vervoeren, dit om de vrucht
optimaal optimaal te beschermen. Het is tenminste
aanbevolen om over
een koude ruimte te beschikken. De olijven
moeten uiterlijk de tweede dag na de pluk,
bij voorkeur dezelfde dag nog worden verwerkt
teneinde gisting te
voorkomen, die voor de smaak funest kan zijn.
|
Verschillend
per land, geschied de bloei in het algemeen
tussen April en Juni. De bloemen, klein
en van een groenachtig wit, groeien samen
in bossen (van 8 tot 25). Het bloeien is
overvloedig, maar slechts sommige bloemen
zullen vruchtbaar zijn. Aldus zullen honderd
bloemen tussen één en vijf
olijven geven.
|
|
De
vruchten
|
Vanaf
Juni is het tijd voor de vruchtbare bloemen
om zich in jonge olijven te transformeren.
Nauwelijks zo groot als speldenknoppen,
zullen de "steenvruchten" langzaam
groeien: de pulp zal zich opblazen en de
kern verharden. De olijf bereikt zijn normale
grootte in oktober. De rijping, min of meer
verschillend volgens soorten, wordt uitgevoerd
in drie stadia: de olijven zijn groen alvorens
te rijpen, vioolkleurig aan het begin van
het rijpen en zwart bij volledige rijpheid.
|
|
De
cultuur
|
|
De olijfboom is een robuuste boom, die
zich tevreden stelt met een dorre, arme bodem
en het vochtige terrein vreest. Hij past zich
goed aan bij droogte en gedijt goed in de
landen met middellandse zeeklimaat want hij
houdt van licht en hitte. De jaarlijkse gemiddelde
temperatuur moet tussen de 15° C en 20°
C zijn. Ook heeft de boom behoefte, aan korte
periodes van lage temperaturen om vrucht te
dragen. Tegenwoordig bereiden de ondernemers
de aanplant met grote zorg voor, teneinde
het rendement te verbeteren. De werkzaamheden
van de zomer en
de herfst zorgen voor een luchtige bodem en
het uitschakelen van begroeiingen.
In de herfst, en bij voorkeur ook in het voorjaar,
bemest men de boom zodat deze
de extra voedzame materie tijdens de groei
kan opnemen.
|
| |
Snoeien
en irrigeren
|
| |
Ieder
jaar, of om het jaar, snoeit men de olijfboom.
Dit draagt bij aan de handhaving van een robuust
en evenwichtig geraamte. Deze verrichting
die in het algemeen aan het eind van de winterkou
plaatsvindt, is een "omvangsnoei"
en een "snoei voor vruchtvorming",
waarbij men de vruchtdragers of de dode takken
wegsnoeit, en eventueel nog een vereiste "snoei
van regeneratie", na een vorst of een
brand. De watereisen van de olijfboom zijn
miniem. Toch reageert hij zeer goed bij een
bewuste irrigatie in een redelijke hoeveelheid.
In de gebieden die door droge periodes worden
geteisterd, vergroot men het rendement aanzienlijk
door een doelgerichte irrigatie.
|
 |
|
|