De
oude Grieken noemden Corsica al het mooiste
eiland van de Middellandse Zee (Kalliste). De
fransen noemen het 'Ile de beauté'('Eiland
van Schoonheid') en het is
zeer zeldzaam dat eenmaal op Corsica geweest
men er niet meer terugkeert.
Met een lengte van maar liefst 183 kilometer
en een breedte van 90 kilometer lijkt
het eerder op een klein continent dan een eiland.
Een uiterst grillige kustlijn van
1000 kilometer omvat een bergmassief, met op
minder dan 30 kilometer van zee
70 toppen van boven de 2000 meter. Tot in juni
ligt hier sneeuw, terwijl het
zeewater met een temperatuur van 20 graden Celsius
ideaal is om te zwemmen.
De waterrijke rivieren die zich vanuit het hooggebergte
in zee storten, hebben
steile dalen en diepe kloven uitgeslepen en
benedenstrooms plaatselijk grote hoeveelheden
sediment gedeponeerd. Bij hun mondingen liggen
ook de mooiste stranden, in alle denkbare variaties:
sommige met grof zand, winderig en met
gevaarlijke stromingen, andere met fijn wit
zand in volmaakte halvemaanvormige baaien, met
ondiep water dat ongelooflijk helder is. Duinen,
parasoldennen en
lagunen maar ook steile rotsen in de kleuren
leiblauw of granietrood met op de achtergrond
Genese vestigingen; de directe omgeving van
de stranden is al even fascinerend als het bergdecor
van het binnenland dat langzaam vanuit zee opdoemt.
De indeling van het eiland in de departementen
Haute Corse en Corse-du-Sud
komt overeen met de geologische geleding in
een noordoostelijk leisteenmassief en
het granietmassief van de zuidelijke helft.
Alleen in het oosten ligt achter eindeloos
lange stranden een brede vlakte, elders neemt
de hoogte landinwaarts snel toe.
In een landschap zo vol met spleten en kloven
is het onvermijdelijk dat de dorpen
en gehuchten vaak geïsoleerd liggen, verscholen
in de dalen, als rotsvestingen boven
een bergkam of dicht tegen de steile berghellingen
aan. Langs de wegen bevinden
zich bronnen en fonteintjes als een soort voorposten
van de geïsoleerde beschaving.
Tegenwoordig is de bevolking vooral geconcentreerd
in de grote havensteden Bastia
en Ajaccio. Het laagland wordt benut voor wijnbouw
en het verbouwen van fruit
en graan, een ontwikkeling van de laatste tijd.
De kusten zijn vooral voor het
toerisme al merk je daar zelfs in het hoogseizoen
niet veel van.
Corsica heeft de morenkop als nationaal symbool.
Dit symbool vindt men dan ook
terug in heel Corsica. Men zegt dat dit uit
de traditie stamt van hellenistische
heersers die een witte hoofdband omknoopten
ten teken dat zij de heerschappij
over een
bepaald gebied bevochten hadden.
Meer
weten over CORSICA: klik
hier