De
Nebbio (" U Nebbiu " in het Corsicaans)
is één van de mooiste en één
van de
meest vruchtbare regio's van het departement
Haute-Corse, en is gelegen ten westen
van de Cap Corse en ten oosten van de Balagne.
Zij dankt haar naam aan de
eeuwige strijd in de lucht die haar vallei in
de winter en soms zelfs in de zomer in
dikke mist hult (nebbiu= mist)
Geografisch is de Nebbiu omringt door een machtige
cirkel van bergen, beginnend vanuit het noordoosten
met de hoogste toppen van de Cap Corse, waaronder
de
Monte Stello (1307m), richting het zuiden de
Serra di Pigno (960m) en de Monte
A Torra (852m) die tevens als grens dienen tussen
de regio en de agglomeratie van Bastia; ten
zuiden, de Cime di Taffoni (1117m) en de Cima
di Tanaria (1224m) waarachter de lage vallei
van Golo rivier ligt. Dan komt de massieve en
hoge Tenda
met de 1535 hoge Monte Asto, die de Nebbiu scheidt
van de vallei van L'Ostriconi.
In het Centrum van deze cirkel ligt het vlakke
landschap van de Conca d'Oru die besproeit wordt
door de Aliso en haar zijriviertjes. De Bevinco
rivier, waarvan de
bron ook in de Nebbiu ligt wordt in de "Etang"(meer)
van Bastia geloosd.
De dorpen van de Nebbiu zijn tegen de berghellingen
gebouwd, en lijken net hoge vuurtorens. Iedere
dag genieten de inwoners van de mooie panaroma's.
Het hoogste
dorp is Rutali, die zich verschuilt achter een
kastanjebos. De buur van Rutali is het
dorp Muratu, vroeger erg druk door de fameuze
ezelpaden tussen beide dorpen. De hedendaagse
wegen kruisen elkaar nu iets lager, bij de Col
van San Stefano,
vanwaar men twee zeeën kan zien. In het
oosten de Tyrrheense Zee en ten westen
de Ligurische Zee (beide onderdeel van de Middellandse
Zee).
Als men bij de Col van San Stefano links aanhoudt
komt men langs een aantal
dorpen. Eerst komt Vallecalle, dan na een paar
kilometer Rapale, en even verderop Pieve. U
ontdekt daarna Sorio waar de huizen gebouwd
zijn op de bergpieken, even verderop San Gavinu
en Santu Pietru. Dit dorp is letterlijk tegen
de bergwanden van
de Tenda geplakt. De weg gaat daarna door, snijdt
een stukje aan van de Desert des Agriates, alvorens
aan te komen in het mooie en pittoreske Saint
Florent. Vroeger
werd Saint Florent gemeden door de stank van
de moerassen , maar vandaag de dag
is het een respectabel toeristisch havendorp
geworden, met een st Tropez tintje.
Men laat nu St Florent links liggen (dit is
de weg die naar Bastia gaat, via de Col
van Teghime en de dorpjes Patrimonio en Barbaggio.)
en houdt rechts aan, u bent nu
in de Aliso valei en u gaat richting de agglomeratie
van Oletta, een dorp dat is opgebouwd in lagen
tot aan Poggio d'Oletta. Als u doorrijdt treft
u het laatste dorpje
aan en dat is Olmeta. De cirkel is nu rond.
Historisch gezien heeft de Nebbiu al vroeg mensen
aangetrokken, tenminste vanaf
het Neolistische tijdperk. En zij hebben hun
stempel achtergelaten zoals de nog
vele dolmens en menhirs in deze regio bewijzen.
Dit grote bassin met haar opening
naar de zee, was vooral hierdoor een makkelijke
prooi voor de vele invasies die
Corsica door haar gehele geschiedenis heeft
gekend. Dit dwong de lokale bevolking
te vluchten naar de hoge bergen in de omgeving.
Het is tijdens de Pisaanse bezetting (van 1077
tot 1284), een korte periode van
vrede, dat de verschillende kathedralen zoals
de Santa Maria Assunta, vlakbij Saint Florent,
de Saint Michel van Murato net voor het binnenkomen
van Murato, en de
San Nicolao de Pieve, met haar bijnaam "
Chiesa Nera " (" de zwarte kerk ")
gebouwd zijn.Meer weten over de Nebbiu: Klik
hier
Adopteren-Barbara
Furtuna Holland Tour-Webshop-Algemene
Informatie